Ik loop met mijn zoontje door de supermarkt. Vijf jaar oud, een kereltje in een klein rolstoeltje. Eelke heeft het syndroom van Down en is #zorgintensief. Dat zie je. Dat hoor je soms ook. Vooral in de supermarkt is hij uitbundig. Hij maakt geluiden, kreten; soms klinkt het als blijdschap, soms meer als frustratie of iets oers.
Bij de paprika’s schalt er een luide “WAAAH!” door het gangpad. Vijf hoofden draaien zich om. Een man laat zijn komkommer vallen. Een moeder grijpt haar kind vast alsof er een leeuw is losgebroken. Het gebeurt wel vaker. En eerlijk: ik snap het. Je verwacht geen oerkreet bij de groente. Al voel ik zelf ook regelmatig de neiging om te schreeuwen als ik zie wat die boodschappen tegenwoordig kosten.
Naast de geluiden is Eelke ook ontzettend nieuwsgierig. Alles moet bekeken, gevoeld en soms... gegooid worden. Sommige gangpaden sla ik inmiddels liever over. Die met de wijnflessen, bijvoorbeeld. Of de potjes. Laatst nog, in de rij voor de kassa, pakt hij een grote beker kwark uit mijn kar en gooit ’m met een sierlijke zwaai op de grond. PLOF.
Een mevrouw naast mij deinst achteruit. Er komt meteen een attente vakkenvuller met een dweil “Sorry, hij is nieuwsgierig.” Zeg ik, wat natuurlijk een eufemisme is voor: ik had even niet snel genoeg gereageerd.
En dan verschijnt hij. De #dorpsgekkie. Je kent hem wel. Haalt zingend blikjes uit de container, praat wat in zichzelf, valt op. Afwijkend gedrag, zeggen mensen dan. En ik geef het toe: ook ik heb meteen mijn oordeel klaar. Hier gaan we.
Maar niemand die hem echt ziet, behalve hij ons. Zonder aarzeling stapt hij op Eelke af, steekt zijn hand op en roept: “Hé kerel, jij hebt power, boks!” Eelke lacht breed en geeft een boks terug. De man lacht ook. Het zijn opvallend vaak de mensen die zelf niet kunnen voldoen aan wat ‘normaal’ wordt gevonden, die als eerste écht contact (durven te) maken. Niet omdat ze zich willen onderscheiden, maar omdat het leven hen buiten de lijntjes heeft geplaatst. Ze vallen (ook) op door hun gedrag, ziekte of beperking.
Niet de perfecte havermelkouders met hun succesverhaal, maar juist de zonderlinge figuren. De mensen die niet bezig zijn met hoe het hoort. Niet omdat ze lak hebben aan de regels, maar omdat ze er niet altijd in passen.
Ik blijf nog even staan bij de kassa. Kijk naar Eelke, die tevreden zit te kletsen tegen een zak appels. En ik denk: wat zou het fijn zijn als we allemaal af en toe een beetje meer de dorpsgekkie durfden te zijn.
Deze column verscheen in het magazine van Stichting Downsyndroom.